3. De organisatie van de school
Onze school hanteert het leeftijdjaarklassensysteem. Dat houdt in, dat kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd, ongeacht hun niveau, bij elkaar in de groep zitten. Om toch zo goed mogelijk onderwijs-op-maat te kunnen verzorgen heeft ‘De Brink’ een aantal organisatorische voorzieningen die voor een belangrijk deel ontleend zijn aan de Daltonwerkwijze.
Op 14 mei 2003, heeft de o.b.s. De Brink het Daltoncertificaat ontvangen. Dat wil zeggen dat ‘De Brink’ een volwaardige Daltonschool is.
Op een Daltonschool staan drie principes centraal:
Deze principes zijn met elkaar verbonden en vormen de basis voor onze organisatie.
Afhankelijk van de groep, de leeftijd en het niveau werken de kinderen op vrijwel alle dagen van de week aan een taak. Binnen de taak is ruimte voor verplichte lesstof en keuzeactiviteiten. Op tijden dat kinderen werken aan die taak -die tijden noemen we ‘keuze-uren’- helpen we de kinderen bij het maken van keuzes. De leerkrachten bepalen welke taken er gemaakt moeten worden en het kind bepaalt hoe en in welke volgorde de taken worden afgewerkt. Bij het vaststellen van de keuzeactiviteiten hebben de kinderen inspraak. De kinderen worden zoveel mogelijk betrokken bij de bedoelingen van de opdrachten. Het gaat om het ‘leren leren’, het zelfstandig leren werken en het nemen van verantwoordelijkheid voor de gemaakte keuzes. De leerkracht begeleidt die keuzes en helpt daar waar nodig. Het optimale wordt verwacht, niet het onmogelijke. Al oefenend fouten maken mag.
De groepsgrootte vinden wij een belangrijke factor. In principe houden we groepen voor jongere kinderen zo klein mogelijk. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar groep drie, waar de kinderen leren lezen. Natuurlijk lukt het (door gebrek aan voldoende leerkrachten) niet elk jaar om de bovenstaande idealen te realiseren binnen een leeftijdsjaarklassenmodel. Dan kiezen we ervoor op bepaalde momenten groepen te splitsen. Ook kan het gebeuren dat er extra begeleiders (klassenassistenten) aan groepen worden toegevoegd.
Voor de organisatie van het zorgsysteem voor leerlingen met specifieke behoeften: zie Daltonbijlage in de ‘Infokalender’ en hoofdstuk 4 van deze ‘Schoolgids’.
De samenstelling van het team
Teamleden moeten samenwerken, van elkaar leren, zich scholen en dienstbaar zijn. Daarom worden taken en verantwoordelijkheden verdeeld en gekoppeld aan functies.
De directeur is formeel eindverantwoordelijk voor de schoolorganisatie. Samen met de adjunct-directeur is hij tevens verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken.
De interne begeleider begeleidt het onderwijsproces en coördineert de leerlingenzorg.
De groepsleerkrachten zijn primair verantwoordelijk voor de gang van zaken in hun groep.
Elke leerkracht heeft daarnaast nog een aantal andere taken (b.v. zorg voor schoolreizen, sportactiviteiten etc.).
De administratief medewerkster voert diverse administratieve werkzaamheden uit ter ondersteuning van de schoolorganisatie.
Zie ‘Infokalender’ (punt 6: ‘Schooltijden’). In de ‘Infokalender’ wordt tevens gemeld welke spelregels en afspraken we bij het naar binnen gaan hanteren.
De activiteiten voor de kinderen
Voor veel ouders die hun eerste kind op school aanmelden, is de basisschool anno 2003 een openbaring. Vroeger heerste er op de meeste kleuter- en lagere scholen een tamelijk streng regime. Kinderen hadden weinig in te brengen en moesten vooral luisteren naar wat er door de meester of de juf gezegd werd.
De samenleving is veranderd en het onderwijs ook. De kinderen van nu gedragen zich anders, zijn meestal veel minder geneigd lang en geconcentreerd met iets bezig te zijn en gaan anders met volwassenen om. Veel ouders vinden dat leerkrachten en kinderen ‘vrijer’ met elkaar omgaan en dat ‘orde’ en ‘discipline’ minder belangrijk zijn geworden.
Toch is dat maar ten dele waar. Ook in de basisschool van nu zijn kinderen –net als de leerkrachten - gebonden aan afspraken en regels. Die regels zijn niet meer onaantastbaar. Ouders, kinderen en schoolteam bepalen samen de gang van zaken binnen de school en geven zo samen richting aan de ontwikkeling van de basisschool.
Leren is en blijft de eerste taak van onze school. Lezen, schrijven en rekenen zijn basisvaardigheden die heel erg belangrijk zijn en daarom op een zo hoog mogelijk niveau gebracht moeten worden. Het verdere leren is hiervan afhankelijk. Daarnaast besteedt ‘De Brink’, net als elke andere basisschool, aandacht aan een groot aantal andere vak- en vormingsgebieden. Deze staan beschreven in een schoolplan.
Het schoolteam van ‘De Brink’ doet zo goed mogelijk zijn best om dat leren leuk, uitdagend en boeiend te maken. De Daltonwerkwijze biedt een groot aantal aanknopingspunten om dat te realiseren.
Heel veel ouders vragen: Wat doen jullie nou bij de kleuters? Worden die al getoetst? Wanneer mogen de kinderen leren lezen. Moeten er nog steeds jaartallen uit het hoofd geleerd worden? Wat doen jullie met computers?
Kleuters leren al doende, tijdens hun spel. Zij ervaren steeds nieuwe dingen. Dat gebeurt in een leefwereld die uitnodigend, geordend en veilig is. De relatie met de leerkracht is daarbij van doorslaggevend belang. Leerkrachten hebben meer dan één taak: zij begeleiden, stimuleren én volgen de kinderen bij het leerproces. Voor dat volgen heb je naast kennis en inzicht ook instrumenten nodig.
Een toets is zo’n instrument. Daarom wordt er ook bij kleuters getoetst. Zo kun je bekijken of de ontwikkeling van het kind voldoende tot zijn recht komt. Een toets is dus een hulpmiddel om een kind te kunnen volgen. Het is geen doel op zich en zeker geen onverbiddelijk selectiemiddel.
‘De Brink’ geeft géén individueel onderwijs. Wij organiseren ons onderwijs wél zodanig, dat elk kind optimaal kan presteren, binnen het kader van zijn eigen mogelijkheden. Onderwijs-op-maat noemen wij dat. Dat kan op een Daltonschool prima door het zorgvuldig samenstellen van het taakwerk voor de kinderen. Bovendien kan tijdens het taakwerk rekening gehouden worden met kinderen met leerproblematiek. Daarnaast kan extra hulp geboden worden via de interne begeleider.
Kinderen zijn op verschillende momenten aan lezen, schrijven en rekenen toe. Vaak wordt de basis hiervoor al thuis gelegd. Kleuters zijn al volop bezig met de voorwaarden om straks te leren lezen, schrijven en rekenen.
Parate kennis blijft voor ‘De Brink’ een belangrijk gegeven. De tafels van vermenigvuldiging, topografie en een aantal geschiedkundige feiten moeten gekend worden. Daarbij spelen allerlei hulpmiddelen (o.a. computers) een belangrijke rol.
Voor al het leren geldt, dat het functioneel moet zijn; het moet een doel hebben. Voor het geven van inhoud aan die leerdoelen zijn gemotiveerde leerkrachten en middelen nodig. Samen met kinderen kan op die wijze leren zinvol en prettig gemaakt worden.
Er is in de afgelopen jaren veel veranderd in het onderwijs. Ouders van nu herkennen misschien nog wel het volgende beeld:
‘Uren zaten we over ons taalschrift en honderden invullesjes moesten we maken. Ook waren er veel spellingsoefeningen en dictees. Het taalonderwijs was vooral gericht op foutloos schrijven.’
Nu gaat het in het taalonderwijs heel anders. Nog steeds leren we kinderen foutloos schrijven, maar we besteden veel meer aandacht dan vroeger aan leren praten, luisteren naar wat anderen precies zeggen en daarop goed antwoorden. We leren leerlingen ook hun eigen mening onder woorden te brengen. Tegenwoordig is het taalonderwijs meer op spreken en luisteren gericht.
Even weer terug naar ‘vroeger’:
‘Het rekenen bestond uit sommen maken, tafels leren, op- en aftelsommen, vermenigvuldigen, staartdelingen en breuken. Daar moest je maniertjes voor leren.’
Nu leren kinderen rekenen door het oplossen van praktische probleempjes die ze in het dagelijkse leven tegenkomen. De leerlingen wordt geleerd dat rekenproblemen op verschillende manieren op te lossen zijn. Kinderen leren ook tabellen en grafieken op te stellen van de gegevens die ze hebben verzameld’.